Deze nacht is het muisstil in ons huis. Rambo is er weer vandoor, op toer naar wie weet waar. Kattekwaad uithalen. Mij niet gelaten, zo heb ik mijn slaapplaatsje voor het uitkiezen. Welke zou ik nemen, de doos met het dekentje of die met het wollen mandje? Stil,... wat hoor ik daar? Meaw, 't is baasje die Rambo roept. Verloren moeite, die komt toch niet, kan nooit in zijn kot blijven. Als de baasjes mij roepen, dan kom ik. Zo simpel is dat. Regels moeten er zijn.
Euh, laat eens kijken,... misschien nog wat brokjes eten. Iets anders is er nu toch niet. Geef mij maar een vers stukje kip of vis, een beetje hesp, een stukje kaas. Een pannenkoekje gaat er ook wel in.
Eens kijken in de grote doos van mama. Meaw, de kleintjes liggen weeral te zuigen. Ze zijn zwart en wit, net zoals ik. Hmm, ik zie ze wel konkelfoezen hoor, de mensen: ze denken dat ik er iets mee te maken heb.Maak dat de kat wijs! Geroddel, dat is het, echt iets voor dat mensenvolk.
Eindelijk weer stil. Dat felle, warme licht hoog boven mij, zie ik niet meer. Mensen kruipen in hun hokken.Tijd om op avontuur te gaan!
Mijn oppassers maken geluiden, ze lokken mij met vleesbrokjes in een kleurige doos. Pfff, daar trap ik niet meer in.Vlug wegwezen. Af en toe hoor ik dat gerucht dat ze maken door hun poten tegen elkaar te slaan. Soms probeert de man het geluid van een vogel na te bootsen, belachelijk. Ik wéét wel dat er daar een doos met een warm deken klaar staat. Lekker gezellig. En dat, als ik te lang wacht, ik er niet meer bij zal kunnen. Waarom maken mijn bewakers het hok helemaal dicht als het donker is? Geenkattegat meer te vinden. Ik krijg de kriebels van die mensen...
Maar ik wil, nee, ik moet nu verder. Als de duisternis weer weggejaagd wordt door die witte vlek aan het einde van de wereld, dan komen de tweevoeters weer buiten. Dan loop ik wel naar huis. Mijn verzorgers zullen me begroeten met vriendelijke klanken. Ze tillen me dan van de grond en strelen me over mijn kop. Ze zijnkattegoed. Hmm, wat gespin laten horen en kopjes geven, dan krijg ik vast wel iets te eten. Dat zal smaken na zo'n tocht.
Aha, wat bespeur ik daar, dat is die opgeblazenkater. Als mijn mensen hem zien, zeggen ze 'dikkie dik'. Ik begrijp veel mensenklanken, maar deze moet ik toch nog even nagaan. Sshhht, behoedzaam op mijn buik er op af sluipen... haha, dit wordt een...verrassingsaanval!
Chat au clair de lune (Théophile Alexandre Steinlen)
Ik heb 2 katertjes én een nestje van 4. In mijn huis wonen nog drie mensen. Ik breng graag bezoekjes in de buurt. De grijze mens ziet mij graag, dus krijg ik steeds mijn zin...
meaw, mij noemen ze Figarootje
Ik knuffel graag, mijn huisgenoten vinden mij een brave. Ik ben de lieveling van het mensenjong dat bij mij woont.
Miiiiew! Rambo is de naam. Aangenaam.
Ik hou van rondzwerven als het donker is, lig graag te doezelen in het zonnetje en het vrouwmens vindt mij 'n knappe.
Wij zijn het nieuwe nestje. Namen hebben we nog niet.
Wij slapen, drinken en liggen graag dicht bij mama.
Wat zeggen beroemde mensen over katten?
Pablo Picasso 'Katten houden steeds rekening met de mens en zijn erg attent. Er is geen beter gezelschap dat een mens kan wensen'.
Leonardo da Vinci 'Zelfs het kleinste katje is een meesterwerk'.
Albert Schweitzer "Er zijn twee manier om te ontsnappen aan de ellende van het leven: muziek en katten."
Andy Warhol
Wist je dat ?
Freddy Mercury, bekend als de zanger van de groep Queen had 9 katten, waar hij gek op was! (Tom, Jerry, Oscar, Tiffany, Delilah, Goliath, Miko, Romeo and Lily).
Florence Nightingale had in totaal meer dan 60 katten tijdens haar leven.
Ernest Hemingway, schrijver bekend van o.m. het beroemde boek 'The Old Man and the Sea' had gedurende zijn leven meer dan 30 katten.
Winston Churchill, Britse politicus, had 7 katten. Blackie, Bob, Jock, Margate, Mr. Cat, Nelson & Tango. Jock was zijn favoriet en zou volgens de legende op zijn sterfbed hebben gezeten.